De fabels rondom voedingsmiddelen

Regelmatig krijg ik vragen van mensen waarom er in hun op maat gemaakt voedingsschema, producten als brood, aardappelen, melk en kaas staan. Zij hebben vaak ergens gelezen of gehoord dat bepaalde producten ‘slecht’ zouden zijn. Zo gaat bijvoorbeeld het verhaal rond dat je beter havermout kan eten omdat brood slecht is en dat je toch echt wel zoete aardappel moet eten in plaats van de normale hollandse aardappel. Wat is eigenlijk waar van deze verhalen?

 

Ten eerste wil ik de begrippen ‘goede’ en ‘slechte’, of ‘gezonde’ en ‘ongezonde’ voedingsmiddelen ter discussie stellen. Wat maakt een bepaald product nou slecht of goed? Ieder voedingsmiddel bestaat namelijk uit koolhydraten, vetten, eiwitten of een combinatie hier van. Dit noemen we macronutriënten en hier halen wij onze energie uit. Zoete aardappel en gewone aardappel bestaan beiden vooral uit koolhydraten. Waarom zouden de koolhydraten uit de zoete aardappel goed zijn terwijl die uit de normale aardappel slecht zijn? Verrassing… ze zijn niet slecht! Een gram koolhydraten is namelijk een gram koolhydraten en levert altijd even veel energie, ongeacht uit welk product deze gram koolhydraten komt. In je spijsvertering zit geen kwaadaardig tovenaartje dat 1kg vet er bij tovert als jij een X aantal koolhydraten uit brood pakt in plaats van hetzelfde aantal koolhydraten uit havermout. Qua macronutriënten en energie is er dus geen enkel verschil en dus geen enkele reden om het ene product boven het andere te verkiezen.

 

Zijn koolhydraten niet slecht dan? Nee, koolhydraten heb je nodig voor energie. Wanneer koolhydraten worden verteerd, worden ze opgeslagen in de spieren en lever als glycogeen. Dit is de voornaamste brandstof waar je lichaam op draait tijdens het sporten. Het is overigens ook niet zo dat je van koolhydraten dik wordt. Je wordt van alles dik wanneer je er meer van eet dan dat je verbruikt. Koolhydraten zijn geen uitzondering op deze regel.

 

Toch is niet ieder koolhydraat helemaal hetzelfde. Het ene koolhydraat wordt namelijk sneller verteerd en opgenomen als glucose in de bloedbaan dan het andere. De koolhydraten uit een stuk fruit zitten meestal wel binnen een uur in je bloedbaan terwijl de koolhydraten van volkoren pasta er wat langer over doen. Ieder product heeft een eigen tempo waarin het wordt verteerd. Dit is meetbaar omdat vertering zorgt voor een stijging van het bloedsuikergehalte en dus na het eten te meten is. We hebben het genummerd van 1-100 en het ‘glycemische index’ (GI) genoemd. Hoe hoger het getal hoe sneller het koolhydraat wordt verteerd. Een suikerrijk product heeft een hoge GI en een volkoren product een lage GI.

 

Een van de fabels die rond gaat is dat je producten met een zo laag mogelijke GI (dus langzame vertering) moet eten omdat dat beter zou zijn. Als het ene product even veel koolhydraten levert als het andere product, maar wel trager op wordt genomen vanwege een lagere GI, is het dan beter? Het antwoord is nee. Onderzoek toont aan dat er geen enkel verschil in afname van lichaamsgewicht is tussen een groep personen die vooral producten met een lage GI at en een groep personen die producten met hoge GI at (Karl JP, et al., 2014). Ook is er volgens onderzoek geen verschil tussen de kans op hartkwalen en chronische ziektes wanneer er alleen maar producten met of lage of hoge GI gegeten worden (Sacks FM, et al., 2014). Het maakt dus helemaal niet uit wat de glycemische index is van het product dat je eet. Er is geen meetbaar verschil op de gezondheid wanneer je alleen maar producten met een lage GI eet.

 

Hoewel het qua macronutriënten dus niet uit maakt welk product je pakt, kan het wel zo zijn dat melk, kaas of brood voor een individu weldegelijk slecht is. Dat is echter alléén wanneer deze persoon lactose-intollerant is of een glutenallergie heeft. Als je niet allergisch bent voor gluten kan je dus gewoon brood eten. In Nederland is zo’n 5% van de populatie lactose-intollerant en 0,15% heeft een glutenallergie.

 

Als het qua macronutriënten dus niet uit maakt of je nou brood ,havermout, zoete aardappel of normale aardappel eet (op voorwaarde dat je van beide dezelfde hoeveelheid qua macronutriënten en kcal pakt natuurlijk), is er dan geen ander verschil tussen deze producten? Jawel, er zijn namelijk ook nog stofjes genaamd ‘micronutriënten’. Dit zijn vitamines, mineralen en spoorelementen. Al deze stofjes hebben op hun eigen manier invloed op je lichaam en dus ook je gezondheid.

 

Sommigen denken dat vanwege bepaalde micronutriënten producten slecht zijn en andere producten goed. Brood is hier een slachtoffer van. In brood zit namelijk zout en veel mensen hebben onterecht een verkeerd beeld van zout. Zout is namelijk essentieel voor je gezondheid aangezien het onder andere je vochtbalans en bloeddruk helpt te reguleren. Per dag mag je zo’n 6 gram zout (=2400mg natrium) hebben. In één snee brood zit echter maar 0,35gr zout (=140mg natrium). Dan zit je met tien sneetjes brood dus pas net over de helft van je dagelijkse hoeveelheid zout. Wat veel mensen niet weten is dat bakkers verplicht zijn om jodiumverrijkt zout te gebruiken. Jodium is ook een micronutriënt en veel mensen die geen brood eten, hebben een jodiumtekort. Dit heeft negatieve gevolgen op de schildklier en de stofwisseling. Wanneer je nooit brood eet, is de kans groot dat je niet genoeg jodium binnen krijgt. Brood is dus helemaal niet ongezond, integendeel zelfs.

 

Naast jodium en zout zijn er nog veel meer micronutriënten. Voor veel van deze micronutriënten zijn er richtlijnen (aanbevolen dagelijkse hoeveelheden) opgesteld over de dagelijkse inname hier van. Wanneer je aan deze richtlijnen voldoet,is er sprake van een gunstig effect op je gezondheid. Zo mag je bijvoorbeeld volgens de richtlijnen bijvoorbeeld 6 gram zout per dag en heb je 3500mg kalium, 150mcg jodium en 10mcg vitamine D nodig. Om het makkelijk uit te leggen: Denk aan een metertje dat op het begin van de dag op 0 staat. Aan het eind van de dag moet dit op 100 staan zodat je gezonder bent. Het maakt niet uit hoe jij dit metertje vult, als het aan het eind van de dag maar op 100 staat. Dit betekent dus dat het niet uit maakt welke producten je eet. Als je voeding maar voldoet aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden. Zo kan je bij wijze van spreken iedere dag friet eten zonder dat het nadelig effect op je gezondheid heeft, als je maar niet over de 6 gram zout heen gaat, de andere aanbevolen dagelijkse hoeveelheden haalt en niet meer caloriën binnen krijgt dan je nodig hebt. Qua micronutriënten is er dus ook geen enkele reden om een bepaald product te verbieden omdat het ‘slecht’ zou zijn.

 

Concluderend uit het verhaal hierboven is er dus zowel op macro- en micronutriëntniveau alsmede de glycemische index geen enkele reden om te zeggen dat een bepaald voedingsmiddel slecht voor je is, tenzij je natuurlijk een allergie hebt. Een slecht voedingsmiddel bestaat dus helemaal niet. Dus wanneer iemand je zegt dat een bepaald product slecht is, weet je zeker dat deze persoon geen (broodje) kaas van voedingswetenschappen heeft gegeten!

 

 

 

 

Bronnen

Karl JP, et al., Effects of carbohydrate quantity and glycemic index on resting metabolic rate and body composition duringweight loss., (2014, 23 november). In PubMed. Geraadpleegd op 20 februari 2016 van, http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26530933

 

Sacks FM, et al., Effects of high vs low glycemic index of dietary carbohydrate on cardiovascular disease risk factors and insulin sensitivity: the OmniCarb randomized clinical trial., (2014, 17 december). In PubMed. Geraadpleegd op 20 februari 2016 van, http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25514303

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *